Thinking Concept House. Wat is de bedoeling? Objectives of Concept House

Home

Threads of Thought on Open and Lean

On Concept House Objectives

See Want Can Do

Academic Environments

Prototypes

Project Homes

Almere Monitor, a study on mass customization in housing

The Cube

Contact Us


 

 

Onder de naam Concept House is een snel uitdijende groep van onderzoekers en geïnteresseerden ontstaan. Dit heeft geleid tot een vruchtbare groei van ideeën en ambities. In onderstaande notities wordt getracht hierin samenhang te brengen. Enerzijds is er de behoefte het Concept House te reduceren tot een te ontwerpen product, anderzijds om het als onderzoeksomgeving onderdak te bieden aan verdieping van het denken over ontwerpen maken en gebruiken van de gebouwde omgeving: Concept Environment. Hiervoor is nodig dat de betrokken onderzoekers zich uitspreken over wat ze willen. De Concept House omgeving biedt voldoende mogelijkheden tot synergie der onderzoekers. De organogrammen die er reeds zijn worden gecombineerd in een dynamisch halfrooster. Tenslotte worden doelgroepen, scenario’s en functies met elkaar in verband gebracht. Het Concept House van Stoel tot Stad.

 

What is the concept of Concept House?
Richard Horden's concluding remarks at the First concept House Symposium need to be appreciated: 'Concept House suggest a concept. If we cannot make the concept clear, the project will fail'.

Concept House: de woning als een te market-en product
Ooit was het doel van het Concept House eenvoudig: Alles moet anders en hoe dat moet laten we zien met het ontwerpen en maken verkopen en plaatsen van 4000 industrieel vervaardigde woningen. Dit is een legitieme doelstelling die haar uitgangspunt vindt in de malaise van de woningproductie. Immers, het moet anders omdat we zien waarom het mis dreigt te gaan in de woningbouw. Strengere milieueisen, ARBO-eisen, kwaliteitseisen, onbetrouwbaar aanbod van vaklieden pleiten voor een verschuiving van bouwen naar fabriceren. Transportoverwegingen leiden tot de vraag om licht te construeren. Beton, baksteen en dakpan moeten worden vervangen door iets anders dat vooral licht is. Het resultaat moet door Ons Soort Mensen mooi gevonden worden. Dit sluit de industrieel vervaardigde boerderette uit, maar dat is niet erg, want 4000 woningen op Europese schaal is een kleine productie, geschikt voor een niche market. Als het doel is 4000 woningen te maken, is ons probleem gereduceerd tot het ontwerpen van een product en een productieproces. De wereld van het industrieel ontwerpen leert ons wat ons te doen staat: doelgroepanalyse en marketing. dan weten we wie onze afnemers zijn, wat ze willen en hoe de markt is en kunnen we met zekerheid investeren in de productiefaciliteiten. De m-ch, micro compact short stay home van Richard Horden past in deze benadering, zo ook de ambitie van Andreas Vogler, een nul serie van de BMW onder de woningen. In relatie tot de doelgroepen discussie is het interessant te vermeldden dan Horden’s m-ch project niet gemaakt is voor een doelgroep, maar voor een functie, namelijk short stay. Hij illustreert dit met de bezoekende student als mogelijke bewoner.

 

Option 1: Concept house is a product.
Initially the aim of Concept House was simple: Build 4000 industrial mande house for a European niche maket for People Like Us.

Concept House dilemma: moet eenvoudig, is gecompliceerd
Andreas Volger zegt:
‘I am just worried, that if we don't focus on a 'house' the problem gets
even more complex and we may get lost in the short time we have. I am
personally interested in the house, because it in a way contains all
problems. It is the ultimate dream of independance for people and it is
a major investment for most of them, where our industrialized society
hasn't really found an satisfying answer yet.’
Hiermee snijdt hij het dilemma van het Concept House aan.
Als wij willen voorkomen dat de ontwerper, met beperkte tijd verdwaald raakt als het ingewikkeld wordt is het verstandig het probleem eenvoudig te houden. De reductie van het probleem roept het gevaar op dat we het probleem van de ontwerper oplossen: ‘niet verdwaald, mooi ontwerp!’, in plaats van het probleem van de opdrachtgever, die niet om de woningoverstijgende beperkingen heen kan, zoals beschikbaarheid van grond en locale regelgeving. Niet verdwaald, mooi ontwerp, maar het kan niet.
Enerzijds is het Concept House gebaseerd op ingewikkeld makende doelgroepanalyses en marketing, klanten die zelf voor de grond zorgen, grote investeringen en risicoafdekking (Of wordt het toch een boerderette met houtskelet en baksteenstrips met een BMW voor de deur?). Anderzijds komt er nooit een BMW-woning als we het in de conceptfase niet eenvoudig houden, dus moeten we ons beperken tot de droomwoning voor Ons Soort Mensen en alle andere constraints even buiten beschouwing te laten.

 

The dilemma: We want Concept House to be simple, however its environment makes it compicated.
A two way strategy needs to be considered: Make a Concept House for People Like Us, ignoring all constraints. At the same time determine the environmental constraints as well as the required specifications of theConcept House's environment.

Concept House: onderdak voor een integrale benadering
Het doel van het Concept House moge van begin af aan eenvoudig zijn geweest. Een ontwerper weet wel raad met een eenvoudig doel. Echter het Concept House is niet alleen een ontwerpopgave, het is, geadopteerd door de Technische Universiteit, ook onderwerp en omgeving van onderzoek, dat het willen begrijpen van het onbekende als domein heeft. En juist daarom moeten we open staan voor al die facetten van de industrieel vervaardigde woning die het ingewikkeld maken. Deze nieuwsgierigheid staat op gespannen voet met de wens van de ontwerper het probleem vooral eenvoudig te houden. Pas als we de complexiteit begrijpen kunnen we haar weloverwogen vereenvoudigen, zonder de oplossingen eerst te vervreemden van haar problemen en dan te ontdekken dat de oplossing niet werkt. Een paar constateringen, soms voorzien van vragen, die de complexiteit illustreren:
- Het Concept House is de oplossing voor een bouwprobleem (‘Alles moet anders’).
- Het Concept House is de oplossing voor een huisvestingsprobleem.
- Het Concept House verbetert de kwaliteit van de gebouwde omgeving.
- Het Concept House is een ontwerpopgave (‘nul serie van de BMW onder de woningen’).
- Het Concept House is een ontwerpopgave van productontwikkeling.
- Zonder beschikbare grond wordt er geen Concept House verkocht. Moeten wij ook ideeën ontwikkelen voor de verkrijging van ‘grond’? Dubbel grondgebruik? Superstructuren zoals Next21 ontwikkelen? Het leeglopende platteland van Europa opzoeken en in de conceptwoningen gaan telewerken?
- Zonder kopers wordt er geen Concept House verkocht. Biedt het ruimte voor consumentenkeuzes? Welke? Wanneer? Hoe?
- Het concept House komt te staan in een omgeving. Hoe kan het aan omgevingseisen worden aangepast?
- Het Concept House stelt eisen aan de omgeving, zoals aansluiting op de infrastructuur. Of niet: Het is een autarkisch systeem. Of iets er tussen in.
- Het Concept House draagt bij aan de omgeving. Hoe? (‘een BMW is een mooie auto, maar hoe zit het met een parkeerterrein vol met BMW’s?’).
- Het Concepthouse is een productieopgave. Een deel wordt gefabriceerd, een deel geassembleerd en een deel gebouwd. Wat en Hoe?
- Veel gebouwen worden mooier met de jaren. De meeste gebouwen nemen in waarde toe. Het Concept House ook?
- het Concept House moet licht zijn. Maar waarom? Zwaar heeft veel voordelen en het nadeel van gewicht (transport) is eenmalig en moet worden afgewogen tegen de levensduur.
- Het Concept House zoekt doelgroepen. Maar is het niet beter gewenste kwaliteiten generiek te beschrijven? Als het goed is komen de klanten vanzelf.
Deze feitenrij is door iedereen uit te breiden. Het geeft aan dat het Concept House niet meer een enkelvoudige opgave is voor het maken van een industrieel vervaardigde woning, maar een onderdak van een netwerk van samenhangende interessegebieden. Of zoals Alex Sievers tijdens het eerste Concept house symposium suggereerde: Moeten we in plaats van een Concept House niet zoeken naar een Concept Environment?

 

Option 2: Concept House houses a network of related research areas of interest
Alex Sievers at the First Concept House symposium: 'In stead of the concept house, shouldn't we look for the Concept Environment?

Concensus verhindert de groei van inzicht
Het Concept House moet eenvoudig, maar het is ingewikkeld. De verleiding is groot eerst door middel van overleg tot overeenstemming te komen over wat moet en wat is. Ik stel voor dat we dat niet doen, omdat het niet nodig is. Er is niet een dokter die precies weet wat gezondheid is en toch kan de medische wetenschap zinvol handelen. Het is academische onderzoeksgebieden eigen dat de preciese betekenis zich pas over langere tijd (indien ooit) aandient. Open Bouwen is nu 45 jaar oud. De eerste dertig jaar is er over definities gesproken. Lean Construction is 15 jaar oud. De discussies over wat ‘lean’ is tieren welig. Ondertussen en wellicht juist daardoor groeit de body of knowledge.
Dit ontslaat ons niet van de plicht een duidelijk gezicht te ontwikkelen. Voor een brandende oliebron bel je Red Addair, voor een zeesleep SmitTak. Maar waarvoor bellen mensen het Concept House op? Maar een duidelijk gezicht is iets anders dan consensus.
Mijn suggestie: Concept House is een ding dat er snel komen moet. Concept Environment is de academische omgeving die het accommodeert en evalueert.

 

Should we first solve the concept House dilemma: Do we keep it simple or do we want to gain insight in its complexity?
My suggestion: Build the Concept House for People Like Us and at the same time create the academic environment that accommodates and evaluates.

Concept House schema’s
Christopher Alexander is ooit zijn architectenloopbaan als wiskundige begonnen en deelde ingewikkelde problemen op eenvoudige problemen. De deeloplossingen werden samengevoegd. Hiervan nam hij in zijn pamflet ‘The city is not a tree’ afstand van. De gebouwde omgeving is kent geen boomvormige relaties, het is ingewikkelder. Zelfs een netwerk was een slechte representatie van de werkelijkheid. Hij definieerde het ‘half-rooster’, verschillende netwerken met onderlinge verbindingen. Het Concept House kent twee diagrammen, te weten het Bloemschema met vakgebieden, typisch een boomstructuur, en het Eischema, typisch een netwerk van partijen en onderwerpen. Het Concept House kan waarschijnlijk het beste worden verbeeld met een half-roosterachtig diagram, die interessegebieden van mensen, vakgebieden, materialen, methoden en tijdplanning met elkaar verbinden. Het schema verandert van tijd tot tijd, het geeft een gezicht aan de status quo van het Concept House. Om het halfrooster te maken stel ik voor dat iedereen die op de een of de andere manier een inspanningsverplichting heeft bij het Concept House heeft op een half A4tje zijn / haar wensen noteert. Voeg hieraan een tijdplanning toe in stappen van een half jaar.
Dit zou kunnen met behulp van de metafoor van Andreas: ‘De BMW onder de woningen’. Om zelf maar even een voorschot te doen: Ik ben meer geïnteresseerd in mooie wegen, inclusief de techniek om ze te maken en goede verkeersregels voor de auto’s, waaronder BMW’s.

 

The Concept House environment requires a good map. Tree and network shaped diagrams are inadequate. What we need is a dynamic semi lattice like diagram. Concept House participants are encouraged to write down their CH desires in order for incorporation in the environment map.

Flower diagramConcept House is not a tree

Egg diagramConcept House is more than a network

Semi laticeAlexander's semi latice

Doelgroepen voor de inbouw en scenario’s voor de drager
Identificatie van doelgroepen is een belangrijk hulpmiddel voor marketing een productontwikkeling. Het is zinvol voor consumentenproducten, van rolmops tot kaviaar, van Swatch tot Rolex. Consumentenproducten worden geconsumeerd, verteerd, ze behoren tot het roerend goed. De gebouwde omgeving behoort tot het onroerend goed en wordt als het goed is, niet verteerd, maar onderhouden, voortdurend aangepast en verbeterd. De waarde vermeerdert. Was vroeger het hele gebouw onroerend goed, tegenwoordig zien we dat een gebouw steeds meer wordt afgemaakt met roerend goed. Denk hierbij aan de inbouwapparatuur van de keuken. Keuken en badkamer worden als consumentenproduct verkocht en de markt kan worden verkend met doelgroepdefinities. Dat delen van keuken en badkamer nog steeds met bouwkundige middelen worden bevestigd is slechts een technisch verschil. Van belang is dat een consumentenproduct tot de besluitvormingsfeer van de bewoner hoort. De balans tussen roerend en onroerend goed in de woning verschuift en verschilt van geval tot geval. Caravan en woonwagen bevatten alle woonfuncties, hun waarde wordt binnen twintig jaar tot niks gereduceerd. Ze worden verteerd en kunnen om die reden doelgericht op groepen worden gemaakt en verkocht. Ze dragen niet bij tot een gebouwde omgeving die in de loop der jaren beter wordt.
Wanneer de gebouwde omgeving ons beroepsgebied is moeten we bouwen voor een onzekere toekomst, niet trachten te voorspellen wat komen gaat, maar voorzieningen treffen voor wat we niet kunnen voorzien. De doelgroep van de gebouwde omgeving is de samenleving van nu tot ver in de toekomst. Hierbij passen geen doelgroepstudies, dat geeft alleen maar schijnzekerheid. We kunnen ook leren van de geschiedenis. HAT-eenheden en bejaardentehuizen van nog geen dertig jaar oud zijn voor doelgroepen gebouwd, maar de eisen die de doelgroepen en de samenleving nu aan hun woningen stellen konden dertig jaar geleden blijkbaar niet worden voorzien. Ze zijn niet gebouwd als voorziening voor het onvoorziene, maar om een tijdelijk probleem op te lossen. Voor onroerend goed met een bedoelde lange levensduur voldoet doelgroepdenken niet. Het is beter in scenario’s te denken. Een scenario is een mogelijke toekomst. ‘Het kan gaan regenen’ is een scenario, ‘Ik neem de paraplu mee’ is een strategie. Uit een scenario kan een programma van eisen worden afgeleid. Het is evident dat als de toekomst anders uitpakt we dezelfde fout maken als het bouwen voor een doelgroep die niet meer bestaat. Het is daarom beter meerdere scenario’s te ontwikkelen, bijvoorbeeld een van economische voorspoed en een van milieurampspoed, al dan niet gecombineerd of andersom. Door scenario’s zorgvuldig te componeren ontstaat er een ontwerpomgeving waarin datgene wat de scenario’s gemeen hebben vastgelegd kan worden in ontwerpbeslissingen. Daar waar ze verschillen kunnen opties worden opengelaten, beslissingen uitgesteld of ze vastleggen met beslissingen die gemakkelijk veranderd kunnen worden. Wanneer we deze basisgedachte van Open Bouwen toepassen op het Concept House dan roept dit de vraag op of het Concept House een consumentenproduct is als caravan en woonwagen, dan wel onderdeel uit maakt van de gebouwde omgeving. In het eerste geval is doelgroepdenken een goede strategie, in het tweede geval leidt het tot schijnzekerheid en de zekerheid van een slechte passing op de toekomstige samenleving. Als het Concept House bijdraagt tot de kwaliteit van de gebouwde omgeving, dan zijn scenariostudies een betere strategie. Het is het overwegen waard scenario’s uit te drukken met bewust gecomponeerde doelgroepen.

 

Concept House as a subject of product development (option 1) requires target group analysis and marketing. Concept House as an environment for research and evaluation needs to aim at make provisions for the unforeseen. This requires scenarios, possible futures. Scenarios in turn can be described by designing target groups.

Functiestudies
Een andere manier is om niet in doelgroepen te denken maar in functies. Richard Horden’s m-ch, micro compact short stay home is hiervan een goed voorbeeld: het is functie gericht, namelijk short stay, bovendien verplaatsbaar. Het vertoont daarmee alle kenmerken van een consumentenproduct en toch niet via doelgroep- maar functieanalyse ontstaan.
Een ander voorbeeld van functieanalyse is de Functiegebiedencatalogus, een soort Neufert, maar dan gebaseerd op ‘matjes’ of functiegebieden. Hierin worden vijf klassen van bewoning onderscheiden, van tijdelijke huisvesting (type caravan) tot riant wonen en aanpasbaar wonen. Een badkamer uit klasse ‘riant wonen’ heeft hetzelfde ruimtebeslag als een minimale badkamer voor een rolstoelgebruiker. Dit kan een motief zijn om voor een breedte of dieptemaat van een woning te kiezen (een ‘dragerbeslissing’), terwijl de optie tot afbouw klasse ‘riant’ met jacuzzi of klasse ‘aanpasbaar bouwen’ met veel rolstoelruimte wordt opengelaten aan de consument (een ‘inbouwbeslissing’).
Wanneer het Concept House bijdraagt aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving verdient de combinatie van scenario’s en functieomschrijving de voorkeur boven doelgroepstudies. Dat laatste is alleen van belang voor dat deel van het Concept House met een korte life cycle.

 

Instead of specifying the Concept House performances in terms of target group demands, it may be better to think in terms of functions.
Performances can be identified according to classes, from temporary housing to luxurious living and housing for disabled. A Bathroom in the luxurious class can have function areas of the same dimension. Considerations like this can feed decisions on bay width of dwelling depth of the Concept House.

Concept House van Stoel tot Stad
Het moge duidelijk zijn dat ik een groot voorstander van een Concept House dat beter wordt en waarde vermeerdert naarmate de tijd verstrijkt. Hierbij hoort een strategie van scenario’s, functiestudies en doelgroepen. Waar de grens tussen het vaste en het variabele ligt verschilt van geval tot geval en wordt bepaald door de opdrachtgever. Hoe deze twee gebieden op elkaar afgestemd zijn en toch ontkoppeld is het domein van de bouwknoop, de ontmoeting der materialen. Het legt de verbinding tussen de kwaliteit van de gebouwde omgeving en de bouwkunde, productontwikkeling en uitvoering. Tussen het belang van het individu en de samenleving. Het bestrijkt de gebieden van Stoel tot Stad.

7/7/2005

 

The Concept Environment connects a built environment that gets better over time to building technology, product development and construction.

Last updated:

13 December, 2007

Webdesign: OBOM Design Department